Je bent meegenomen naar het kantoor van de beveiligingsbeambte nadat ze je aantrof terwijl je rondhing bij de personeelskleedkamer met je handen in je broek. Ze wilde je toch al spreken, ze heeft gemerkt dat je naar haar benen staarde en probeerde onder haar rok te gluren. Ze heeft genoeg van dit gedrag en geeft je een zeer duidelijke keuze: óf je accepteert welke straf ze ook voor je bedenkt, óf ze zorgt ervoor dat je onmiddellijk wordt ontslagen. Ze wil je over haar knie leggen en met de riem en de haarborstel op je billen geven, en ze wil je ook kwellen met verleidelijke glimpen van haar benen en kousenbanden, wetende dat je er niets aan kunt doen behalve je dood te schamen.