Toen ik Lucci in mijn bed aantrof – halfnaakt, stijf en duidelijk zijn lesje niet geleerd hebbend – wist ik precies wat ik moest doen. Slechts minuten daarvoor had ik hem stevig in de badkamer over de knie gelegd, en toch was hij hier weer, schaamteloos en ongehoorzaam.
Dus ging hij opnieuw over mijn knie, zijn blote billen hoog en kwetsbaar. Mijn hand kwam stevig en meedogenloos neer, elke klap herinnerde hem eraan dat ik bepaal wanneer hij rust, wanneer hij zich misdraagt en wanneer hij de pijn van de tuchtiging voelt.
Toen ik klaar was, gloeiden Lucci’s billen rood, pijnlijk en gevoelig, de perfecte herinnering terwijl hij in bed kroop: hij mag dan gretig zijn, maar hij komt niet weg met ongehoorzaamheid. Vanavond gaat hij naar bed met een hete, gestrafte kont.